Rasbeschrijving

Entlebucher Sennenhond

De kleinste van de vier Sennenhonden. Helemaal vast staat het aantal niet, maar waarschijnlijk zijn er iets meer dan 200 exemplaren van in Nederland. Het zijn opgewekte, vrolijke honden. Ze zijn intelligent, levendig en hebben een enorm uithoudingsvermogen Zij werken graag voor je en zijn niet voor een gat te vangen. Zij stellen gezelschap zeer op prijs en genieten ervan om samen lange wandelingen te maken of hondensport te beoefenen. Ook zwemmen doen de meesten graag, vooral als ze iets uit het water moeten ophalen.

chueri

Chüeri
Kopie uit “Der Entlebucher Sennenhund”

Een duidelijk bewijs van het grote uithoudingsvermogen van deze hond vormt het verhaal van waarschijnlijk de beroemdste Entlebucher uit Zwitserland: Chüeri. Naar verluidt ging ritmeester Hans Schwarz uit Bern met twee begeleiders en vier paarden vergezeld van zijn hond Chüeri via het Wiener Wald naar Wenen, vervolgens naar Boedapest om dan via Roemenië, Bulgarije naar Istanbul te reizen. Vandaar ging het per schip naar Piraeus door Griekenland via Joegoslavië en Kroatië naar Karinthië en Tirol. Een waard in Feldkirch scheen zijn gasten bijeen te hebben getrommeld waarop hij uit riep: Kijk eens mensen “des klane Huntrl is bis in dia Tirkai z”Fuess und wieder daher gelaufen. Hoabts schon so woas g”hert he, so a klans Hunterl! Toen ze uiteindelijk weer thuis waren had Chuëri, zonder alle zijpaadjes die hij had bewandeld, 8000 km afgelegd!!

Kort Geschiedkundig Overzicht..

De Entlebucher is de kleinste van de 4 Sennenhonden. Hij komt oorspronkelijk uit het Entlebuch, een dal in de kantond Luzern en Bern. De eerste beschrijving ervan onder de naam “Entlibucherhund” stamt uit 1889. Maar nog gedurende ruime tijd daarna wordt er geen onderscheid gemaakt tussen een Appenzeller en een Entlebucher.

In 1913 worden er op de honden tentoonstelling in Langenthal 4 exemplaren van deze kleine drijfhond met korte staart aan Prof. Heim, de grote beschermer van de Zwitserse Sennenhondenrassen, voorgesteld. Op basis van de keurverslagen worden zij als de 4e Sennenhondenras in het Schweitzerische Hundesstammbuch (SHSB) ingeschreven. De eerste standaard werd echter pas in 1927 vastgesteld.Op 28 oktober 1926 wordt op initiatief  van dr. B. Kobler de Schweitzerische Klub für Entlebucher Sennenhunde opgericht en hiermee neemt ook de fok van de raszuivere honden en de bevordering van het ras een aanvang. Zoals blijkt uit het geringe aantal inschrijvingen van het Zwitserse Hondenstamboek ontwikkeld het ras zich slechts  langzaam.Toen men tot de ontdekking kwam dat de Entlebucher naast de aangeboren eigenschappen als levendige en onvermoeibare drijfhond ook een uitstekende gebruikshond was, kreeg het ras een nieuwe impuls. Een Entlebucher laat zich gemakkelijk africhten als verdedigings-, lawine-, Rode Kruis-, of catastrofehond. Hij is een voortreffelijke speurder en het bewaken van voorwerpen heeft hij van huis uit meegekregen.

Deze actractieve driekleurige hond heeft zij liefhebbers gevonden en kan ondanks een beperkt bestand, verheugen in een toenemende populariteit als familiehond.

 

Standaard van de Entlebucher Sennenhond:

Algeheel beeld: lager dan middelmatige grote, in bouw overal mooi en evenredige hond, iets  langer dan hoog. Zeer bewegelijk en flink, met vriendelijke schrandere uitdrukking. Goede veehoeder en veedrijver, betrouwbare waakhond en geleider.

Grootte: Reuen ongeveer 48 cm, teven ongeveer 4 cm.

Hoofd: In juiste verhouding van grootte tot het lichaam. Vlakke schedel, geringe stop. Krachtig gevormde snuit. Weinig ontwikkelde droge lippen. Oog tamelijk klein, bruin, levendig, met een vriendelijke uitdrukking. Neus zwart. Oren hoog geplaatst, niet te groot. Oorlellen hangen tegen de wang, van onderen rond, bij het spitsen iets naar voren zoals alle Sennenhonden doen.

Hals:Kort en gedrongen, sluit zonder onderbreking aan de romp aan.

Romp: Vrij lang, waardoor het gehele lichaam iets langer dan hoog is. Diepe, brede borst. Rug recht en sterk. Iets afvallende kruis.

Benen: Schouder lang en schuin geplaatst. Benen recht en sterk, goed gebogen sprong. Voeten rond en gesloten. Hubertusklauwen zijn niet gewenst.

Staart:Soms geboren kortstaart In het verleden werden de staarten gecoupeerd, maar sinds september 2001 mag dat niet meer.

Haar: Kort, vast en dicht aanliggend, hard en glanzend.

Kleur: Glanzend zwart met heldere roestbruine aftekening aan de wangen, boven de ogen en aan alle 4 de benen. Lichte tot middelsterke symmetrische aftekening aan het hoofd (bles), witte borstkruis en witte tenen.

Bijzondere gebreken:Ronden hersenpan, lichte ogen, lange, dunne of gebogen snuit. Boven- of ondervoorbijten. Korte, puntige, afstaande of slecht gedragen oren. Spreidtenen, kleuren welke niet tot het ras behoren en te veel wit. Te lang en te zacht haar.

Gebruikseigenschappen: Zeer levendige, flinke huishond, veehoeder en –drijver. Ondanks zijn geringe lichaamsgrootte een onomkoopbare en betrouwbare waak- ,verdedigings-, en gezelschapshond, waarmee bij de africhting zeer goede resultaten zijn geboekt. Rustig karakter en zeer snel van begrip. Ook in de stad goed te houden.

894-1471